zaterdag 22 december 2007

Prekerst-zaterdag

Het is bijna kerst, en dus moet er weer gewinkeld worden om de kapitalistische commercie de honger te stillen. Eigenlijk wilde ik alleen kerstlampjes om mijn kamer wat op te fleuren, want voor de commercie doe ik het niet.
Wel voor de gezelligheid, en daar was T (dan klinkt het mysterieuzer) de eerste keus voor.

Om tien uur des ochtends bevond ik mij reeds in een bus, het schijnt op dat moment rond -10 graden te zijn geweest. Voor mijn gevoel was het 'gewoon' 0 graden, omdat ik koude temperatuur alleen gewend ben op de fiets in de wind. Natuurlijk had ik daarom ook geen sjaal mee, een dramatische vergissing.
Gelukkig werkt T ook bijzonder goed als verwarming, hoewel zij zelf het meest stond te bibberen.

In de bus bevond zich weer een tienermoeder. Er reden twee buslijnen praktisch dezelfde route, alleen zat de eerste vol met capuchon-en-makeup-hangjeugd dus ik koos voor de tweede. De geblonderde jonge moeder had blijkbaar ook voorkeur voor mijn bus, ookal zou ze volgens mij prima zijn geblend tussen het jeugdige volk. En anders haar kindertjes. Ik kan niet bevatten dat zulke mensen niet kunnen begrijpen dat mensen last hebben van schreeuwende kinderen die snoep willen. Of nog erger, als de moeder zelf ook begint te schreeuwen, wat natuurlijk niets helpt tegen zo'n kind die dat gewend is.

Het contrast met het jonge gezin in de trein op de terugweg kon haast niet groter zijn. De ouders, rond de vijfendertig beiden gingen gekleed in 'normale', niet extreem trendy of enorm jaren negentig-kleding. Hun twee zoontjes waren rustig en leuk. Ze schreeuwden niet, en als ze enthousiast met elkaar praten keken ze schuldig om zich heen als ze iets te hard lachten of een vies woord zeiden.
Maar het mooiste was, toen ze hun boeken gingen lezen. Wat lezen kinderen van 3 to 5? Die lezen niet zoveel, ze kijken naar de plaatjes op tv. Maar deze kindertjes hadden beiden een eigen exemplaar van een Vogelgids van Europa voor de jeugd.
Met zulke kinderen kan het toch al niet meer misgaan? Mijn biologie-hart begon sneller te kloppen bij de gedachten dat ik zelf ooit kinderen zou hebben die mij kwamen vertellen dat ze een groene specht hadden gezien.

Mijn dag was goed.
En, naar het schijnt; ik ben lief. Wie had dat gedacht!
Mijn dag kan niet meer stuk.

1 opmerking:

T. zei

Jaaa jij bent lief. Ik heb een vlaamse gaai gezien, een mus en een appelvink deze week!

T.