Opgestaan en weer in slaap gevallen. Tegen mijn zin in de eis van de wekker ingewilligd en mijn aantekeningen gezocht. Binnen een uur alle formules van biomethoden 1 uit het vorige kwartaal op mijn formuleblad samen te vatten, en daarbij snel het gebruik ervan proberen te bevatten.
Door de miezerende regen naar school, een regenbroek was niet nodig. Natuurlijk kwam ik er achter dat dat een onjuiste gedachte was op het moment dat ik al zeiknat was en dus net zo goed door kon fietsen.
Op school, het lokaal is nog erg leeg. Blijkbaar heeft iedereen (want bijna niemand had de originele toets gehaald dus iedereen moet herkansen) besloten dat ze volgend jaar wel gaan studeren hiervoor.
Ik merk op dat mijn pasgekochte oorring weg is. (ja vriendjes en vriendinnetjes, een oorring bovenin mijn oor. En dat is nog een idee van mijzelf ook.) Natuurlijk was de kans uiterst gering dat ik hem nog terug kon vinden, maar optimistisch dat ik was heb ik de hele weg die ik door school had afgelegd nog een keer gelopen. Zonder resultaat. Maar; op de terugweg, in een hoekje, vond ik hem toch nog!
Als een schooldag al zo begint moet een toets maken toch ook geen probleem zijn vond ik. En inderdaad was het tentamen makkelijker dan ik had verwacht, ik heb zelfs de stille hoop dat het een voldoende is. Maar dat wordt afwachten.
Daarna, op zoek naar een kapper. Maar ik ben kritisch. Dus ik zocht een goedkope, goede kapper, die bovendien niet al te ver van mijn route af moest liggen.
Ik vond drie kappers in Groningen. Eén in halverwege de twintig kilometer naar huis. En één in het centrum van het dorp. Al deze kapsalons (ook goedkope kappers hebben royal class-aanduidingen) hebben iets gemeen. Ze zijn allemaal dicht op maandag, en dat staat in kleine lettertjes onder de zwierige binnenlokkertjes zodat je het past ziet als je fiets al op slot staat en je de regen uit je haren schud voordat je de deurklink vastpakt. Zou er een kappers-CAO zijn dat zegt dat ze 's maandags dicht mogen (misschien moeten zelfs) zijn?
Uiteindelijk was ik doorweekt toen ik thuis kwam. Ik had ook nog nieuwe schoenen willen kopen, want mijn gympen zijn bijna meer gat dan zool. Niet ideaal met dit weer. Maar doordat ik al helemaal doorregent en koud was leek het me niet verstandig om schoenen te gaan passen.
Nu zal ik eens kijken of ik Biochemie en Statistiek onder controle heb.
Terwijl ik Enigma, Vangelis, Enya en Simon&Garfunkel luister.
maandag 21 januari 2008
zondag 20 januari 2008
Zachte winter
Ze zit in mijn hoofd. In mijn hoofd, in mijn gedachten. Maar ook in mijn hart. En nieren. Mijn hele bloedbaan is vervuld met hormonen, aangestuurd door haar aanwezigheid. Hoe ver ze ook is, ze is er altijd.
En ze zal er altijd zijn. Ze is al onuitwisbaar in mijn leven gegrift, in mijn ziel gekerft als een hart 100 jaar geleden in boomschors.
Nee, gekerft is niet het goede. Er is niets weggehakt. Is er iets bijgekomen dan? Misschien, ik weet het niet. Want ze is altijd al aanwezig geweest, ik moest haar alleen nog vinden. En nu heb ik haar.
Ik ben niet heel goed in het opschrijven van mijn gedachten. Maar ik weet wat is voel.
Mijn hart bloedt. Het bloed liefde, die als lava door mijn lichaam brandt. En dat is goed. Nee, dat is fantastisch. Mijn hoofd zweeft en mijn lichaam zweet.
Ze voelt alsof ze hetzelfde heeft. Ieder contact met haar legt een onzichtbare verbinding, en rivierdelta die geopend wordt en onze energieën stromen over naar elkaar. Het laadt me op, maakt me rustig. Houdt me aan de grond maar laat me vliegen.
De tijd klopt niet meer, het is één waas. Ben ik mijn gevoel voor realiteit verloren? Ben ik verblind en verdoofd? Of zie ik wat ik heb gewonnen, zie ik de mogelijkheden van de toekomst? Mogelijkheden die niet door realiteit zijn te bevatten, en waarschijnlijk door de mensheid wordt gezien als dwaasheid. Verliefdheid.
Maar nu zelfs een eerdere generatie (sterker nog, 2 generaties) hun goedkeuren hebben uitgesproken ben ik er van overtuigd dat het niet alleen mijn eigen beeld is dat zegt dat ze geweldig is. Geweldig in het algemeen, en voor mij. Voor ons, want ze is van mij, en ik van haar.
Ik blijf bij haar.
Heerlijk.
En ze zal er altijd zijn. Ze is al onuitwisbaar in mijn leven gegrift, in mijn ziel gekerft als een hart 100 jaar geleden in boomschors.
Nee, gekerft is niet het goede. Er is niets weggehakt. Is er iets bijgekomen dan? Misschien, ik weet het niet. Want ze is altijd al aanwezig geweest, ik moest haar alleen nog vinden. En nu heb ik haar.
Ik ben niet heel goed in het opschrijven van mijn gedachten. Maar ik weet wat is voel.
Mijn hart bloedt. Het bloed liefde, die als lava door mijn lichaam brandt. En dat is goed. Nee, dat is fantastisch. Mijn hoofd zweeft en mijn lichaam zweet.
Ze voelt alsof ze hetzelfde heeft. Ieder contact met haar legt een onzichtbare verbinding, en rivierdelta die geopend wordt en onze energieën stromen over naar elkaar. Het laadt me op, maakt me rustig. Houdt me aan de grond maar laat me vliegen.
De tijd klopt niet meer, het is één waas. Ben ik mijn gevoel voor realiteit verloren? Ben ik verblind en verdoofd? Of zie ik wat ik heb gewonnen, zie ik de mogelijkheden van de toekomst? Mogelijkheden die niet door realiteit zijn te bevatten, en waarschijnlijk door de mensheid wordt gezien als dwaasheid. Verliefdheid.
Maar nu zelfs een eerdere generatie (sterker nog, 2 generaties) hun goedkeuren hebben uitgesproken ben ik er van overtuigd dat het niet alleen mijn eigen beeld is dat zegt dat ze geweldig is. Geweldig in het algemeen, en voor mij. Voor ons, want ze is van mij, en ik van haar.
Ik blijf bij haar.
Heerlijk.
maandag 14 januari 2008
Bijna en toch al helemaal
Het duurt nog een paar kleine uurtjes, dan is ze volwassen. Een vrouw, geen meisje meer.
Zou het haar veranderen? Ik hoop het niet, ze is al goed zoals ze is. Nog beter zou eng zijn, en minder is geen optie. Zij kan alleen maar beter worden; wij kunnen alleen maar beter worden.
In dat opzicht is ze voor mij al volwassen genoeg, daar heeft ze geen getal voor nodig, zodat de samenleving haar een verstandigheids-kwaliteits-
Ik zou zo veel kunnen schrijven over haar,
als ik de tijd had.
Natuurlijk, ik heb de tijd. Ik heb een leven voor me, met haar als het gaat zoals we willen. En er is geen reden om aan te nemen dat dat niet zo is.
Maar deze week moet ik mijn aandacht zorgvuldig verdelen, helaas. Ik houd niet van tijdsdruk, maar toch komt het er altijd op neer. Achja. Ik leer er mee leven.
Binnenkort wordt het weer rustiger op school, vanaf dan weer meer berichten.
Zou het haar veranderen? Ik hoop het niet, ze is al goed zoals ze is. Nog beter zou eng zijn, en minder is geen optie. Zij kan alleen maar beter worden; wij kunnen alleen maar beter worden.
In dat opzicht is ze voor mij al volwassen genoeg, daar heeft ze geen getal voor nodig, zodat de samenleving haar een verstandigheids-kwaliteits-
Ik zou zo veel kunnen schrijven over haar,
als ik de tijd had.
Natuurlijk, ik heb de tijd. Ik heb een leven voor me, met haar als het gaat zoals we willen. En er is geen reden om aan te nemen dat dat niet zo is.
Maar deze week moet ik mijn aandacht zorgvuldig verdelen, helaas. Ik houd niet van tijdsdruk, maar toch komt het er altijd op neer. Achja. Ik leer er mee leven.
Binnenkort wordt het weer rustiger op school, vanaf dan weer meer berichten.
maandag 7 januari 2008
Eerste week
De eerste week van het jaar. En als alles nog beter wordt dan deze week, dan ga ik ernstig twijvelen of ik wakker ben of in een droom-coma ben terechtgekomen.
Can it get any better?
Natuurlijk, anders wordt de rest van het jaar zo saai.
Mijn gedachten golven door elkaar, waaien alle kanten op. Maar ze gaan allemaal dezelfde kant op.
Ik wil bij haar zijn.
Natuurlijk is het cliche en ik zal er vast ook niet veel bloglezers mee aanspreken, maar ze is geweldig!
Het meisje waar ik altijd naar op zoek ben geweest, ze bestaat en ik heb haar gevonden.
--
In de trein zaten een man en vrouw van een jaar of 40, Portugees of zoiets. De hele reis zaten ze te praten. Heel voorzichtig schoof zijn hand iets verder naar haar toe, centimeter voor centimeter. Tot zijn hand op haar been lag, en ze praatten gewoon door.
Haar hand zocht de zijne op. Heel langzaam, tot ze elkaar raakten. Ze zaten ze een half uur, tot vlak voor Haren, het laatste station waar de intercity langsreed voor het eindstation. Heel langzaam, onzeker alsof ze beiden net 14 waren en voor het eerst zoenden, bewogen ze steeds iets dichter naar elkaar toe. Tot het moment dat hun gezichten elkaar raakten. Ze keken elkaar aan, en sloten hun ogen, ombeurten.
Ik gun ze het geluk, want ik weet hoe ze zich voelen.
--
Een flits, en duizenden gloeiende deeltjes spatten uiteen in het heldere donker van de buitenlucht. Achter de bebouwing schrikt een zwerm meeuwen op door de knal, en ze cirkelen massaal omhoog. Honderden, misschien wel duizenden sneeuwitte vogels vliegen door de spotlights voor het gebouw, met op de achtergrond de vuurwerkregen en sterren.
Hoe kan ik nu niet dromen? Alles is mooi.
Ben ik bang om het hardop te zeggen? Ja, eigenlijk wel, ookal weet ze het.
Ik ben verliefd op haar.
Can it get any better?
Natuurlijk, anders wordt de rest van het jaar zo saai.
Mijn gedachten golven door elkaar, waaien alle kanten op. Maar ze gaan allemaal dezelfde kant op.
Ik wil bij haar zijn.
Natuurlijk is het cliche en ik zal er vast ook niet veel bloglezers mee aanspreken, maar ze is geweldig!
Het meisje waar ik altijd naar op zoek ben geweest, ze bestaat en ik heb haar gevonden.
--
In de trein zaten een man en vrouw van een jaar of 40, Portugees of zoiets. De hele reis zaten ze te praten. Heel voorzichtig schoof zijn hand iets verder naar haar toe, centimeter voor centimeter. Tot zijn hand op haar been lag, en ze praatten gewoon door.
Haar hand zocht de zijne op. Heel langzaam, tot ze elkaar raakten. Ze zaten ze een half uur, tot vlak voor Haren, het laatste station waar de intercity langsreed voor het eindstation. Heel langzaam, onzeker alsof ze beiden net 14 waren en voor het eerst zoenden, bewogen ze steeds iets dichter naar elkaar toe. Tot het moment dat hun gezichten elkaar raakten. Ze keken elkaar aan, en sloten hun ogen, ombeurten.
Ik gun ze het geluk, want ik weet hoe ze zich voelen.
--
Een flits, en duizenden gloeiende deeltjes spatten uiteen in het heldere donker van de buitenlucht. Achter de bebouwing schrikt een zwerm meeuwen op door de knal, en ze cirkelen massaal omhoog. Honderden, misschien wel duizenden sneeuwitte vogels vliegen door de spotlights voor het gebouw, met op de achtergrond de vuurwerkregen en sterren.
Hoe kan ik nu niet dromen? Alles is mooi.
Ben ik bang om het hardop te zeggen? Ja, eigenlijk wel, ookal weet ze het.
Ik ben verliefd op haar.
Abonneren op:
Posts (Atom)