zaterdag 23 februari 2008

Neus

Dit weekend is weer een periode in beweging. Van hot naar her, enzo.
Als ik in de trein zit heb ik vaak - net als op de fiets - mijn meest creatieve ideeën. Helaas denk ik altijd dat ik ze wel kan onthouden, wat natuurlijk nooit zo is.

Er zat een wat oudere meneer in de trein. Die zitten er wel vaker, zo niet altíjd wel ergens. Deze oudere meneer had echter een vermogen waar ik nog niet eerder getuige van heb mogen zijn. Hij wist zijn neus tussen de deuren te krijgen.
Die hendel als handvat voor de deur, die schijnt moeilijk te zijn voor mensen die niet of nauwelijk met de trein reizen. Maar deze man deed geen poging de deur terug open te duwen toen deze hem omhelsde zoals de meeste mensen doen, hij liet zich makkelijk maar erg verbaast wegduwen. Zijn armen werden naar buiten gewerkt, zijn schouders werden weggeduwd. Zijn bril zorgde voor een minieme vertraging maar kon niet voorkomen dat ook zijn hoofd naar het in/uitstapgedeelte van het treinstel werd geduwd. Behalve zijn neus. Natuurlijk nog wel bevestigd aan zijn lichaam. (Inderdaad natuurlijk, want als zijn neus losliet lijkt me dat vrij onnatuurlijk) Maar zijn neus bleef toch daadwerkelijk klem zitten tussen de deuren.
En vriendelijke medepassagier verloste hem gelukkig, want zo'n situatie is natuurlijk niet fijn als je je oud en gebrekig voelt en dan vast blijft zitten tussen de deur. Met je neus.

Echter, deze situatie deed me realiseren dat ik onbewust mijn neus ook in heel wat zaken steek.
De meeste ben ik vergeten natuurlijk, zoals ik reeds vermelde omdat ik ze niet op heb geschreven. Maar gister staat nog redelijk vers in mijn geheugen.
Het was een niet-zo-heel-erg gure winderige nacht op het busstation, ik stond te wachten op mijn bus. Over 10 minuten zou hij vertrekken. Naast me was net een meisje komen staan; felgele jas en zijzelf niet groot van formaat. Dat was ongeveer het enige opvallende aan haar, haar gedrag leek normaal en niet bezopen zoals andere mensen op het station twijvelachtig probeerden te verbergen of juist te overdrijven. Ik lette niet in het bijzonder op haar. Maar toen! Uit het niets, een onzichtbare windvlaag, of was het een golf van lichamelijke ongehoorzaamheid? Wat dan ook, ze viel neer. Maar niet gewoon neervallen, nee. Ze storte. Recht als een plank, met haar handen langs haar lichaam en haar gezicht naar de snel naderende grond, tot ze met een harde bonk/plof neerkwam op de tegels. Geen stuiptrekkingen of wat dan ook, ze viel gewoon om, zonder zich op te vangen en bleef liggen zoals ze lag.
Mensen keken naar elkaar, maar ik was de enige die naar haar toeliep om te kijken of ze bij bewustzijn was. Ze ademde, dus ik hoefde mijn reanimatiecursus gelukkig niet in de praktijk te brengen. Het leek alsof ze was flauwgevallen, maar toen ik en de andere mensen die inmiddels om haar heen stonden haar op haar zij legde, stroomde er een beetje bloed uit haar mondhoek. Haar ogen trilden achter haar bijna gesloten oogleden.
En toen ineens schoten haar ogen open, en ze sprong direct omhoog terwijl ze zei dat alles goed was. Ze had alleen "te weinig gegeten". Maar mensen waar alles goed mee is storten niet spontaan ter aarde waarbij ze hun lippen tot een bloedende massa verpletten, dus we lieten haar liggen tot ze mijn witte chocolade paaseitjes op had en de bus er aan kwam. Gelukkig moest ze dezelfde bus hebben als ik, dus ik kon haar een beetje in de gaten houden ookal zou een van de omstanders meelopen tot haar huis.

Dus paaseitjes zijn handig om in handbereik in je jaszak te hebben.
Alleen dacht de dakloze man die mij vandaag op het station aansprak daar niet zo over. Hij vroeg om geld, of ik mocht natuurlijk ook direct een maaltijd voor hem kopen. Geld had ik niet bij me, en normaal zou ik het daarbij gelaten hebben. Alleen de vriendelijke manier waarop hij de vraag stelde deed me bedenken dat ik nog wat eitjes over had, die mocht hij wel hebben.
Vloekend en scheldend liep hij weg, toen ik mijn hand in mijn jaszak stak om ze te pakken.
Dan niet, zwerver, dan niet. Vraag er dan niet om.

En nu luister ik naar mijn nieuwe aanwinsten voor mijn cd-collectie. Dat wil zeggen, mijn mandarijnenkistje met cd's dat langzaam voller komt te zitten. Stone Gossard en The Low Lows komen er nu bij. Uiteraard op coverart uitgezocht, en het bleken hele goede keuzes te zijn.
Waarbij ik naar T. moet verontschuldigen, en moet vermelden dat zij mijn smaak beter ziet dan ikzelf, want haar keuze was beter dan de mijne waarschijnlijk zou zijn geweest.
Heerlijke muziek, ik hou van onbekende bandjesmuziek die verborgen talenten blijken te verbergen.

Trouwens, mijn internet doet het weer na een week van sociaal-digitaal isolement.

woensdag 13 februari 2008

Midweek

De zon scheen, en ik zat zonder jas op de fiets. Ik reed door de stad, maar op dat stuk was ik niet bekend. Haar tas zat vastgebonden aan het rekje op het stuur, en ik voelde een hand op mijn zij.

Als ik aan de zomer denk, denk ik aan fietsen met haar achterop. En in het park zitten, liggen en lachen. Last hebben van de warme zon in je ogen.
We zaten weer op de fiets, en ik bedacht me dat ze mijn gedachten weer had gelezen toen ze me vanaf de bagagedrager van haar fiets naar het park leidde. Ik lachte half hardop, en ze kneep me zachtjes.

De wereld is mooi hoor. Vanonder een sjaal en een zomerhoed gezien.

zaterdag 2 februari 2008

Maatschappij, enzo.

Ik zat me laatst te bedenken. .. Eigenlijk heb ik een hekel aan geld. Ik spaar altijd, maar dat is omdat ik stiekem het systeem niet vertrouw. Of mezelf niet, misschien. (Ik ben mezelf nog aan het onderwerpen aan een persoonlijkheidsanalyse op dat punt, maar het schiet nog niet op.) Het gevoel dat je altijd afhankelijk bent van de maatschappij, voor de waarde van je geld. En afhankelijk van de maatschappij, om je geld aan uit te geven. Ik houd niet van afhankelijk zijn.

Misschien is dat waarom ik (onbewust) altijd spaar. Om te ontsnappen aan de kapitaalzucht van de maatschappij, zonder dat ik mezelf in de vingers snijd door al mijn geld weg te doen.

Het liefst zou ik (hoe hippie/new age) in een huisje in het bos wonen, zonder baan, maar met een eigen tuin om voedsel te verbouwen. En een schuurtje waar ik alles wat ik nodig heb zelf zou kunnen maken.
Maar, ik kan niet alles maken. En zodra je zoiets doet val je direct buiten de maatschappij en dat zie ik als een punt zonder weg terug.

--

Edit: (die woordkeuze van mij is ook echt dramatisch)
Maar ik ben tot bezinning gekomen. Waarom zou ik me zo afzetten als ik het mezelf er zo moeilijk mee maak? Dus nu doe ik dingen. Café's zijn gezellig, bioscoopfilms zijn gaaf en zwemmen is geweldig! Ik twijvel er niet meer over of ik daar geld voor over heb, want dat heb ik. En zo ga ik door. Ik doe dingen, ik leef.


(Maar carnaval.. Het spijt me voor diegenen die zich daar wat van aantrekken, maar carnaval blijf ik stom vinden, en daar doe ik niet aan mee.)