Ze liepen door de zonnige stad. Ze waren in contrast met de mensen, ookal droegen ze geen extreem opvallende kleding. Het was hun uitstraling die ze afzonderde van de massa, gelukkig en niet onderworpen aan de sociale druk waar de meeste mensen onder lijden.
Hun leven draait om elkaar, werk is slechts een manier om tijd op te vullen, ookal deden ze dat liever met elkaar.
Hij was moe van het staan, en ging zitten op het pleintje voor de kade. Hier vandaan had hij overzicht op het water met de schepen, de mensen van de schepen, en de mensen die haastig langsliepen om zich maar niet af te hoeven vragen waarom hij niet gewoon op een bankje ging zitten.
Zij ging naast hem zitten, maar bedacht zich en trok haar schoenen uit.
"Kom, we gaan naar het water."
--
Wordt vervolgd.
dinsdag 18 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten